Eigen opnames

De etudes opus 120 van Jean-Baptiste Duvernoy zijn vooral bedoeld om de vingercoördinatie en het vingerspel te oefenen / verbeteren / versterken. 

Gelijkmatig spel in de eerste etude, voor wat betreft toonladderspel, zowel voor linker- als rechterhand. Leuk om snelheid en vingervlugheid te ontwikkelen. Allegro Vivace is te snel, dan wordt het afraffelen, dus heb ik het bij Allegro gehouden. Een tempo dat je nog kunt volgen, dan blijft het nog een aardig (technisch) verhaaltje om te beluisteren. 

Uiteraard weer vingerspel in de tweede etude, Allegro en eveneens toonladderspel. Er wordt nog een vaardigheid aan toegevoegd: de beginvorm van de triller, hier in 16den en voor de rechterhand of in de rechterpartij met 1-2 en 3-4 vingers.

De vierde etude, Allegro, bestaat grotendeels uit gebroken akkoorden, prachtig om de vingers los te spelen in een muzikaal en harmonisch heldere en duidelijke etude en tegelijk een tegenstem in te brengen in de bas. Ook weer een leuk stuk om te spelen als je van akkoordspel houdt in deze variant. Pedaalgebruik en de keuze hoeveel die te gebruiken en waar is ook een toevoeging waarmee je je eigen "sfeer" aan het stuk kan geven, waardoor hele verschillende stukken/weergaves kunnen ontstaan. Geen pedaal maakt het enigszins droog, pedaal zorgt voor zangerigheid, zeker als je dat combineert met licht armspel en melodietonen verbreedt zonder zwaar (op de hand) te worden.

De vijfde etude, Allegro Moderato, geeft de mogelijkheid om binnen het vijfvingerspel de versiering te leren kennen en toe te passen. Steeds de omspeling van een toon (in zestienden) die met de buitenkant van de rechterhand (4e vinger) en daarna (spiegelbeeldig) met de binnenkant van de linkerhand (2e vinger) wordt gespeeld. Daartegenover klinkt een melodie in de andere hand in kwarten en halve noten.

De zesde etude, weer een Allegro, is een vrolijk stukje met een melodielijn aan de bovenkant rechterhand, in begin aan eind van de tel, later aan begin van de tel. Tegenmelodie in de linkerhand. Enigszins roteren met de pols en lichte, luchtige arm om ook hier weer het vingerspel alle ruimte te geven.