Claude Debussy

Debussy, een componist die een heel repertoire aan pianowerken heeft geschreven. Componist met vernieuwende inzichten, klankwerelden en het lef om zijn eigen gang te gaan, los van de tradities, maar wel gebruik ervan makend op een nieuwe wijze die ongekend was voor die tijd (eind 19e/begin 20e eeuw). Natuurlijk is claire de lune een van zijn bekendste werken, de preludes, images, estampes en pour le piano. "Debussy heeft in de muziek de techniek van de impressionistische schilders overgebracht, hoofdzakelijk het scheppen van atmosfeer, het belang van de kleur, het onderwerpen van het gevoel aan het gevoelsobject. De classicus legt nadruk op de gedachte, de romanticus op het gevoel. Bij de laatste is het eigen gevoelsleven het middelpunt van de belangstelling en dringt dit op aan de natuur en de omgeving. Debussy laat de natuur zelf inwerken op het eigen gemoed, hij ondergaat haar. Hoofdthema's zijn bij hem vaak elementen uit de natuur, zoals water, sneeuw, vuur, wind en dat alles verklanken in een atmosfeer die ons zo dicht mogelijk bij deze elementen brengt, om ze als het ware zelf te ondergaan, te voelen, te ruiken en te ervaren. Hiervoor gebruikt hij de harmonie en het pedaal veel meer dan de melodie en het ritme, deze zijn onderschikt aan de eerste, die zelf weer geheel ondergeschikt zijn aan het verklanken van de atmosfeer van het beeld dat hij wil oproepen met zijn muziek.  [Bron: Inwijding in de Meesterwerken van het Klavier, J. van Ackere]

   https://www.youtube.com/watch?v=9uKVI6_Fm4g&feature=youtu.be

Deze opname laat veel werken horen van Debussy in combinatie met  impressionistische schilderkunst.

 

Een voorwoord bij de liederen van Debussy, getuigt van een heel andere visie dan de hierboven beschreven visie van J. van Ackere, namelijk van Rita Benton, Amerikaans musicologe.

Vergeleken met de artistieke werken van andere grote componisten, is het werk van Claude Debussy (1862-1918) niet zo groot: 1 opera (Pelléas en Mélisande), 2 series met gelegenheidsstukken, 3 balletten, enkele orkestrale en koorwerken, 1 strijkkwartet, 3 sonates voor verschillende combinaties, 4 werken voor blazers en heel wat pianostukken en liederen voor zang en piano. Ondanks het beperkte aantal composities, wordt de originaliteit en het meesterschap van Debussy erkend en is (in 1980) groeiend. In een tijd waarin de Duitse muziek lang bepalend en dominant was, slaagde Debussy erin om wereldwijd voor een opleving van de Franse muziek/stijl te zorgen. Studenten gingen in zijn tijd niet meer alleen of hoofdzakelijk naar Duitsland of Oostenrijk, maar zochten ook Parijs op voor hun ontwikkeling/onderricht. 

Van de vele labels die aan Debussy's stijl zijn gehangen - impressionistisch (hij had een hekel aan dit etiket), pointillisme, expressionisme, exotisch, romantisch, neoklassiek, nationalistisch en symbolisch. Alleen de laatste 2 kunnen volgens Benton gebezigd worden voor de werken van Debussy. Zijn eigen kritieken laten steeds Debussy's preoccupatie met het roemrijke verleden van de Franse muziek, met haar kwaliteiten en de toekomst die hij voor haar wenste. Hij keerde steeds weer terug naar de kenmerken die hij als basis en als specifiek voor Franse kunst zag: helderheid, duidelijkheid, beknoptheid en nauwkeurigheid of precisie.

Veel verschillende elementen/stijlen hebben Debussy beïnvloed: o.a. het Franse volkslied, Gregoriaans, Javaanse gamelan muziek, Mussorgsky, het populaire lied (in zijn tijd!), ragtime, Rameau en salon muziek. De invloed en inspiratie uit de schilderskunst was volgens hemzelf maar klein. Aan de andere kant had hij heel nauwe banden met dichters, met name degene die tot de literaire beweging van het symbolisme behoorden, zoals Pierre Louys, Mallarmé, Rimbaud en Verlaine. Andere schrijvers die invloed hadden op zijn ontwikkeling als componist waren Théodore de Banville, Paul Bourget, Anatole France en Edgar Allan Poe. Zelfs tijdens zijn studie prefereerde Debussy literaire kringen boven het gezelschap van musici; volgens Paul Dukas: "De sterkste invloed op Debussy was die van schrijvers, niet van musici".  De verbinding met literatuur is evident in de genres waarin Debussy componeerde; vaak met tekst. Onder de instrumentale werken, zijn er behoorlijk wat met een beschrijvende titel of waarbij gerefereerd wordt aan schrijvers als Shakespeare, Dickens, James M. Barry of Franse schrijvers. 

In een brief aan zijn vrouw Emma legt Debussy uit, dat de rol van de muziek in samenhang met de tekst: "begint bij dat punt waar het woord niet meer de uitdrukking kan weergeven; muziek wordt gemaakt voor het onuitdrukbare, het onverwoordbare. Ik zou willen dat het verschijnt alsof het uit de schaduwen komt en daar van tijd tot tijd weer naar toe terug gaat, terwijl het altijd als een discrete aanwezigheid blijft."